Het weer in de Krimpenerwaard

Archieven

Dit bericht is 1951 keer gelezen

Krimpenerwaard – Zoals de boeren horen bij de Krimpenwaard zo horen de knotwilgen bij het landschap. Beide onderwerpen kwamen deze week in het nieuws. Roel Botter dipte zijn pen in de inkt en kwam tot het volgend verhaal.

Niedlich

Jaren geleden fietste ik op een avond met een Duitse dame door de Benedenberg. Verbluft keek ze in het begin om zich heen. Daarna onderging ze bijna juichend de schoonheid van het boerenland dat zich rondom ons ontvouwde. “Oh so niedlich ist dass alles” riep ze voortdurend, terwijl ze voor me uit zwabberde, want fietsen deed ze ‘zu Hause’ vrijwel nooit. Soms bijna achterstevoren op haar zadel zittend leek ze de beelden in zich op te willen zuigen. Ik liet haar een aantal meters voor me uit rijden om te voorkomen dat we door haar gehannes niet ineens samen tegen de vlakte zouden gaan. Maar haar enthousiasme deed me wel weer beseffen dat we in een uitzonderlijk fraaie omgeving wonen. Vooral aan het begin van de zomer is de Krimpenerwaard een levend schilderij.

Aan dat schilderij wordt al eeuwen gewerkt. Ook nu nog. Het is nooit af. Er komt iets bij, er wordt weer wat weggeretoucheerd, maar de oervorm, de basis blijft. Het slagenland met groene langgerekte kavels, gescheiden door sloten en vaarten. Buurtschappen in lintbebouwing met boerderijen, omzoomd door bomen en fraaie voortuinen. Dorpskernen met een dominant er bovenuitstekende kerktoren, knusse straatjes die de hectiek van het dagelijks leven even doen vergeten.  De schilders van dit meesterwerk waren de bewoners die in opeenvolgende generaties in harmonie met hun omgeving hun leven leidden. Je zou willen dat het altijd zo bleef. Helaas; het doek kreeg het hard te verduren, langzaam ontstond er hier en daar craquelé. Een eeuw geleden doorkliefde een spoorlijn het groen. Die verdween weer, maar uiteindelijk werd op dat tracé een verkeersweg aangelegd.  Dat was het begin. Het gebied werd ‘ontsloten.’  Er kwamen andere schilders.  Hun penseelstreken vertegenwoordigden de nieuwe stijl: efficiency, snelheid,winst. Zo is het nu nog, hoewel er tegenkrachten zijn opgestaan die zich inspannen om wat er nog resteert te behouden en te onderhouden.

Nog altijd bestaat dat oerlandschap. De landweggetjes en tiendwegen die de weilanden bereikbaar maken, waar knotwilgen met hun wortels de bermen langs het water bijeen houden. Ze horen bij het landschap als waren ze in de echt verbonden. Enkele dagen geleden ben ik weer op de fiets gestapt en heb weer die route gereden die ik eerder noemde. Het had een specifiek reden. Verbijsterd keek ik naar de ravage die op enkele plaatsen was aangericht. De kale stammenresten van doorgezaagde kopstoven – ja zo noemen we knotwilgen hier ook- markeerden nu de plek waar ze eens als broedplaats van eenden en toevluchtsoord van allerlei vogels met hun grijsgroene pruik beschutting boden.

Wat moet er door de eigenaren, de nog resterende schilders oude stijl, zijn heengegaan dat ze deed besluiten dit te doen? Hoe groot moet de wanhoop zijn dat leidt tot deze actie? We begrijpen hun zorgen, ik ook. Ik steun de boeren nog steeds, maar dit doet pijn.

 

 

Dit bericht is 1951 keer gelezen

Deel dit:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meest gelezen
  • No results available
Meld je aan voor onze nieuwsbrief